De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 mei 2024 een tussentijdse toetsing gedaan op verzoek van de betrokkene die de voortzetting van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wilde laten beoordelen. De maatregel was eerder opgelegd op 4 mei 2023 voor de duur van twee jaren en is onherroepelijk geworden na het arrest van het Gerechtshof Amsterdam op 25 juli 2023.
Tijdens de zitting op 2 mei 2024 zijn de betrokkene, zijn raadsvrouw, de officier van justitie en een casemanager gehoord. Uit het voortgangsverslag blijkt dat betrokkene gedragsproblemen vertoont, waaronder agressie en middelengebruik, en dat klinische behandeling noodzakelijk is om recidive te voorkomen. Betrokkene is overgeplaatst naar een afdeling met meer structuur en heeft ingestemd met een klinisch traject, maar toont onvoldoende motivatie om te stoppen met blowen.
De rechtbank stelt vast dat zonder behandeling onveiligheid en ernstige overlast te verwachten zijn. Betrokkene weigert echter een klinische behandeling in de Forensische Psychiatrische Kliniek Rotterdam vanwege het beveiligingsniveau en wil alleen behandeling in een andere kliniek, wat niet geïndiceerd is. De rechtbank concludeert dat voortzetting van de maatregel noodzakelijk is en dat het niet aan betrokkene is om de plaats van behandeling te bepalen.
De rechtbank weegt mee dat het recidiverisico hoog is, betrokkene een uitgebreid strafblad heeft en nog niet behandeld is voor zijn problematiek. Omdat de betrokkene zelf onvoldoende motivatie toont, zijn er geen omstandigheden buiten zijn macht die voortzetting zinloos maken. Daarom wordt de maatregel gehandhaafd tot de einddatum van 9 juli 2025.