Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiseres]
Rechtbank Noord-Holland
De huurder van een woning aan een adres te Zaanstad vordert dat verhuurder Parteon gebreken aan de woning herstelt en schadevergoeding betaalt wegens materiële en immateriële schade na renovatiewerkzaamheden. De renovatie vond plaats in januari 2021 door een aannemer in opdracht van Parteon. De huurder klaagde sindsdien over diverse gebreken en schade.
Parteon heeft de meeste gebreken onverplicht hersteld en betwist aansprakelijkheid voor schade. De kantonrechter oordeelt dat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat er nog gebreken zijn die het huurgenot aantasten volgens artikel 7:204 BW Pro. Ook de schadevergoeding is onvoldoende onderbouwd; materiële schade is niet concreet aangetoond en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan onrechtmatig handelen.
De vorderingen worden afgewezen, de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M. Woerdman en op 23 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot herstel gebreken en schadevergoeding na renovatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.