Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
"Zoals aangekondigd bent u derhalve in verzuim en wordt uw verplichting tot nakoming omgezet naar een vervangende schadevergoeding.”
Rechtbank Noord-Holland
Eiser sloot in juli 2023 een aannemingsovereenkomst met gedaagde voor de aanleg van een oprit. Na uitvoering van de werkzaamheden stelde eiser tekortkomingen vast en sommeerde gedaagde tot herstel binnen veertien dagen. Gedaagde meldde echter dat hij tot 4 september met vakantie was en pas daarna zou reageren. Eiser stelde daarop dat gedaagde in verzuim was en zette de verplichting tot nakoming om in een vordering tot schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet in verzuim was omdat hij binnen de gestelde termijn had gereageerd en een redelijke termijn had gekregen om de oprit te inspecteren en te herstellen. De omzetting van nakoming naar schadevergoeding was daarom ongeldig. Tevens werd de tegenvordering van gedaagde afgewezen omdat de vermeende meerwerkopdracht niet voldoende was onderbouwd en onder de oorspronkelijke overeenkomst viel.
De kantonrechter wijst zowel de vordering van eiser als de tegenvordering van gedaagde af en veroordeelt beide partijen tot betaling van elkaars proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter B. de Metz en op 15 mei 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt afgewezen omdat gedaagde niet in verzuim was; ook de tegenvordering voor meerwerk wordt afgewezen.