Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:5009

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 mei 2024
Publicatiedatum
22 mei 2024
Zaaknummer
C/15/348726 / HA RK 24-14
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:178 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing testamentair bewind wegens verantwoord beheer door erfgenaam

Op 28 december 2017 overleed de erflaatster die in haar testament van 21 december 2017 een testamentair bewind had ingesteld over de aan haar zoon, de verzoeker, nagelaten goederen. De verzoeker vroeg de rechtbank het testamentair bewind op te heffen en de goederen aan hem over te dragen.

De rechtbank stelde vast dat meer dan vijf jaar waren verstreken sinds het overlijden, zoals vereist in artikel 4:178 lid 2 BW Pro. Uit verklaringen van een voormalig sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de bewindvoerder bleek dat de verzoeker stabiel is en geen financiële problemen heeft gehad. De bewindvoerder bevestigde dat de verzoeker goed met geld kan omgaan en dat het bewind oorspronkelijk was ingesteld vanwege de verwachte verkoop van een woning, terwijl de verzoeker deze woning nog steeds bewoont.

Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank aannemelijk dat de verzoeker de onder bewind staande goederen zelf verantwoord kan besturen. De rechtbank besloot het testamentair bewind op te heffen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot overdracht van de goederen werd afgewezen omdat het opheffen van het bewind automatisch leidt tot overdracht aan de verzoeker.

Uitkomst: Het testamentair bewind wordt opgeheven omdat de erfgenaam de goederen verantwoord kan beheren.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/348726 / HA RK 24-14
Beschikking van 2 mei 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. H. Ruder te Alkmaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen 1 tot en met 4,
- de mondelinge behandeling op 13 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen [verzoeker] , bijgestaan door mr. Ruder, de heer H. Smits (hierna: Smits) en de bewindvoerder mr. M.C. Reijntjes.

2.Feiten

2.1.
Op 28 december 2017 is overleden [erflaatster] (hierna: erflaatster). Erflaatster heeft voor het laatst bij testament van 21 december 2017 over haar nalatenschap beschikt.
2.2.
[verzoeker] is de zoon van erflaatster en in het testament van erflaatster als enig erfgenaam benoemd.
2.3.
Erflaatster heeft in het testament een testamentair bewind opgenomen over de aan [verzoeker] nagelaten of vermaakte goederen. Erflaatster heeft Reijntjes als bewindvoerder benoemd. Reintjes zal hierna worden aangeduid als ‘bewindvoerder’,

3.Het verzoek en de beoordeling

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het testamentair bewind op te heffen en te bepalen dat alle onder bewind gestelde goederen aan hem worden overgedragen althans in zijn macht worden gebracht, een en ander door de overdracht daarvan op de daartoe voorgeschreven wijze. Ter onderbouwing van dit verzoek stelt [verzoeker] dat hij de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze kan besturen. Hij heeft nooit schulden gehad en leidt een stabiel leven.
3.2.
Op grond van artikel 4:178 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van een rechthebbende een testamentair bewind opheffen na verloop van vijf jaren na het overlijden van de erflater en indien aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.
3.3.
Erflaatster is op 28 december 2017 overleden, zodat inmiddels meer dan vijf jaren zijn verstreken tussen het overlijden van erflaatster en het verzoek van [verzoeker] . Aan het vereiste dat er vijf jaar moet zijn verstreken tussen het overlijden van erflaatster en indiening van het verzoek is dus voldaan.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van Smits, voormalig sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de bewindvoerder blijkt dat aannemelijk is dat [verzoeker] de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.
3.5.
Smits heeft [verzoeker] sinds 2007 begeleid. Die begeleiding is door de pensionering van Smits inmiddels gestopt, maar ondanks dat bezoekt Smits [verzoeker] regelmatig om hem te helpen. Smits heeft verklaard dat de problemen waar [verzoeker] mee kampt nooit hebben geleid tot financiële problemen.
3.6.
De bewindvoerder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [verzoeker] hem niet de indruk heeft gegeven dat hij niet met geld kan omgaan. De bewindvoerder heeft benadrukt dat [verzoeker] over de nalatenschap van zijn moeder kan beschikken en niets voor andere erfgenamen hoeft over te houden. De reden voor erflaatster om het testamentair bewind in te stellen, was volgens de bewindvoerder met name gelegen in het feit dat erflaatster dacht dat door de verkoop van haar woning een grote som geld zou vrijkomen. Dat geld moest beschermd worden. [verzoeker] bewoont echter de woning van erflaatster nog steeds. Hij heeft er een hypotheek opgenomen, waar hij maandelijks € 1.000,- van krijgt uitgekeerd.
3.7.
Een en ander leidt ertoe dat naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk is dat [verzoeker] de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen in die zin dat het bewind over dat wat [verzoeker] uit de nalatenschap van erflaatster heeft verworven zal worden opgeheven. Het opheffen van het testamentair bewind heeft op zichzelf al tot gevolg dat alle onder bewind gestelde goederen aan [verzoeker] zullen moeten worden overgedragen dan wel in zijn macht moeten worden gebracht. Dit onderdeel van het verzoek van [verzoeker] wijst de rechtbank dan ook af.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
heft het testamentair bewind op over het erfdeel van [verzoeker] , dat is ingesteld bij testament van 21 december 2017 van de op 28 december 2017 overleden [erflaatster] ;
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Auwerda en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2024.
MKG/ SA