Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.1. [eiser 1]2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats 1]3. [eiser 3], wonende te [plaats 2]
eiseres in het incident
1.Het procesverloop
2.De vordering in het incident
De beoordeling in het incident
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hebben een vordering ingesteld tegen de vervoerder KLM bij de rechtbank Noord-Holland, sector kanton. KLM heeft een incidentele conclusie ingediend waarin zij betoogt dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen, omdat de relatieve bevoegdheid bij de rechtbank Amsterdam ligt. De passagiers hebben niet gereageerd op dit verweer.
De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv Pro bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, aangezien KLM in Nederland is gevestigd. Vervolgens wordt de relatieve bevoegdheid bepaald op grond van artikel 99 Rv Pro, waarbij de woonplaats van de gedaagde bepalend is. KLM heeft haar statutaire zetel in Amstelveen, wat binnen het arrondissement van de rechtbank Amsterdam valt en niet binnen dat van Noord-Holland.
Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton. De passagiers worden veroordeeld in de proceskosten van het incident, vastgesteld op €80,00, en worden erop gewezen dat zij de vervoerder zelf moeten oproepen bij de bevoegde rechter. Het vonnis is uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam met veroordeling van de passagiers in de proceskosten.