ECLI:NL:RBNHO:2024:525

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
22 januari 2024
Zaaknummer
10707017 \ CV EXPL 23-6066
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 RvArt. 74 lid 1 RvArt. 99 RvArt. 110 lid 2 RvArt. 1:10 lid 2 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident over relatieve bevoegdheid bij vordering tegen KLM

De passagiers hebben een vordering ingesteld tegen de vervoerder KLM bij de rechtbank Noord-Holland, sector kanton. KLM heeft een incidentele conclusie ingediend waarin zij betoogt dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen, omdat de relatieve bevoegdheid bij de rechtbank Amsterdam ligt. De passagiers hebben niet gereageerd op dit verweer.

De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv Pro bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, aangezien KLM in Nederland is gevestigd. Vervolgens wordt de relatieve bevoegdheid bepaald op grond van artikel 99 Rv Pro, waarbij de woonplaats van de gedaagde bepalend is. KLM heeft haar statutaire zetel in Amstelveen, wat binnen het arrondissement van de rechtbank Amsterdam valt en niet binnen dat van Noord-Holland.

Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton. De passagiers worden veroordeeld in de proceskosten van het incident, vastgesteld op €80,00, en worden erop gewezen dat zij de vervoerder zelf moeten oproepen bij de bevoegde rechter. Het vonnis is uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam met veroordeling van de passagiers in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10707017 \ CV EXPL 23-6066
Uitspraakdatum: 7 februari 2024
Vonnis in het incident in de zaak van:

1.1. [eiser 1]2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats 1]3. [eiser 3], wonende te [plaats 2]

eisers in de hoofdzaak
gedaagden in het incident
hierna te noemen: de passagiers
gemachtigde: B. Floris (Yource B.V.)
tegen
de naamloze vennootschap
Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.
gevestigd en kantoorhoudende te Amstelveen
gedaagde in de hoofdzaak
eiseres in het incident
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mrs. R.L.S.M. Pessers en B.E. Struijk (Van Traa Advocaten N.V.)

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 augustus 2023 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft een incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid genomen. De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hierop niet gereageerd.

2.De vordering in het incident

2.1.
De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren, omdat de kantonrechter niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering van de passagiers, met veroordeling van de passagiers in de kosten van het incident.
2.2.
De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de relatieve bevoegdheid dient te worden bepaald aan de hand van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), nu de passagiers woonachtig zijn in [plaats 1] en [plaats 2] en de vervoerder gevestigd is in Amstelveen. Op grond van artikel 99 Rv Pro is in dagvaardingsprocedures in eerste aanleg de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde bevoegd. Amstelveen ligt binnen het arrondissement van de rechtbank Amsterdam. Derhalve is de rechtbank Amsterdam bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen.
3.
De beoordeling in het incident
3.1.
De kantonrechter is van oordeel dat, nu de vervoerder in Nederland is gevestigd, de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv Pro rechtsmacht heeft om van de onderhavige vordering kennis te nemen. Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen, dient vervolgens de relatieve bevoegdheid te worden bepaald aan de hand van het Nederlands burgerlijk procesrecht. Op grond van artikel 99 Rv Pro is de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd. De woonplaats van een rechtspersoon is ingevolge artikel 1:10 lid 2 BW Pro daar waar hij zijn statutaire zetel heeft. De vervoerder heeft zijn statutaire zetel te Amstelveen, zodat Amstelveen geldt als de woonplaats van de vervoerder. Amstelveen ligt niet binnen het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, maar binnen het arrondissement van de rechtbank Amsterdam.
3.2.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter onbevoegd om van de vordering van de passagiers kennis te nemen. Op grond van artikel 110 lid 2 Rv Pro dient de kantonrechter de zaak te verwijzen naar de bevoegde rechter, te weten de rechtbank Amsterdam, sector kanton. De kantonrechter zal de zaak dan ook - in de stand waarin deze zich thans bevindt - verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton.
3.3.
De kantonrechter wijst de passagiers er op dat deze de vervoerder zelf moeten oproepen bij exploot tegen de dag waarop deze de zaak ter rolle van de bevoegde rechter willen doen dienen, zulks ingevolge artikel 74 lid 1 Rv Pro.
3.4.
Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de passagiers worden veroordeeld in de proceskosten in het incident.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen;
4.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton;
4.3.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten in het incident, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 80,00;
4.4.
verklaart dit vonnis - voor wat betreft de proceskostenveroordeling - uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter