ECLI:NL:RBNHO:2024:5307
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Aanvullend vonnis met uitvoerbaarverklaring bij voorraad in civiele bodemzaak
In deze civiele bodemzaak tussen eiser en gedaagde heeft de voorzieningenrechter op verzoek van gedaagde een aanvullend vonnis gewezen op 28 mei 2024. Het verzoek betrof de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het eerder gewezen vonnis van 8 mei 2024.
De voorzieningenrechter constateerde dat in het vonnis van 8 mei 2024 was nagelaten te beslissen over het onderdeel van de vordering dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad betrof, evenals het ontbreken van een beslissing over het meer of anders gevorderde. Er was geen beletsel om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat de voorzieningenrechter dit alsnog besloot toe te voegen.
Het aanvullend vonnis bepaalt dat na onderdeel 6.4 van het vonnis van 8 mei 2024 wordt toegevoegd dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is en dat het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Tevens is bepaald dat deze aanvulling wordt opgenomen op de minuut van het oorspronkelijke vonnis en dat partijen de grosse of het afschrift van het vonnis aan de griffie retourneren.
Het vonnis is op 28 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door mr. A.H. Schotman in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het vonnis van 8 mei 2024 is aangevuld met een uitvoerbaarverklaring bij voorraad en het meer of anders gevorderde is afgewezen.