ECLI:NL:RBNHO:2024:599
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens niet-betaling huur na overlijden huurder
De vader van de gedaagde huurde een woning van Pré Wonen en overleed op 13 februari 2022. De gedaagde stelde een vordering in tot medehuurderschap op grond van artikel 7:268 BW Pro, welke door de kantonrechter op 15 maart 2023 werd afgewezen. Ondanks het lopende hoger beroep heeft de gedaagde sinds juli 2022 geen huur meer betaald.
Pré Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand inclusief incassokosten. De gedaagde voert aan dat zolang het verzoek tot medehuurderschap niet onherroepelijk is beslist, hij niet verplicht is huur te betalen.
De rechtbank oordeelt dat de lopende procedure omtrent medehuurderschap niet vrijstelt van de betalingsverplichting. De niet-betaling vanaf juli 2022 is een ernstige tekortkoming die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten, maandelijkse vergoeding voor gebruik na 31 augustus 2023, en proceskosten. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten.