ECLI:NL:RBNHO:2024:6013
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Toetsing oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden huurovereenkomst woonruimte
In deze civiele procedure tussen een besloten vennootschap als eiser en een particuliere huurder als gedaagde, heeft de kantonrechter de algemene voorwaarden van de huurovereenkomst ambtshalve getoetst op oneerlijke bedingen. De eisende partij stelde dat de bepalingen over buitengerechtelijke incassokosten niet oneerlijk zijn omdat zij aansluiten bij wettelijke regelingen en dat vernietiging grote gevolgen zou hebben.
De kantonrechter oordeelde dat het feit dat de eiser zich in de praktijk niet op de algemene voorwaarden beroept, niet relevant is. De bepalingen bieden de mogelijkheid om meer kosten en rente in rekening te brengen dan wettelijk is toegestaan, wat het evenwicht tussen partijen verstoort. Daarom zijn de artikelen 25.2 en 11.2 van de algemene voorwaarden vernietigd voor zover zij betrekking hebben op buitengerechtelijke incassokosten.
Verder werd de vordering tot vergoeding van rente afgewezen vanwege onvoldoende inzichtelijkheid in de renteberekening. De gedaagde had deelbetalingen gedaan, waardoor een bedrag van €3.698,73 aan achterstallige huurpenningen werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 december 2023.
De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het nemen van de akte die voor rekening van de eiser blijven. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.698,73 aan achterstallige huurpenningen en wettelijke rente, terwijl de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens oneerlijke bedingen.