Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting Intermaris
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een ambtshalve toetsing van de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte 2017 door de Rechtbank Noord-Holland. Stichting Intermaris vordert betaling van huurachterstand en bijkomende kosten van twee gedaagden die niet zijn verschenen. Na een tussenvonnis waarbij de kantonrechter een voorlopig oordeel gaf over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen, heeft de eisende partij een akte ingediend.
De kantonrechter oordeelt dat de bepalingen over rente en buitengerechtelijke incassokosten oneerlijk zijn en vernietigt deze artikelen (7.3 en 17.2) van de algemene voorwaarden. Dit betekent dat de vordering voor deze kosten wordt afgewezen, ook al beroept de eisende partij zich op wettelijke regelingen. De toetsing vindt plaats aan de wet- en regelgeving die gold op het moment van het sluiten van de overeenkomst in 2018.
De huurachterstand tot en met februari 2024 wordt toegewezen, zijnde € 977,76. De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van deze huurachterstand en de proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is verstekvonnis, omdat de gedaagden niet zijn verschenen.
Uitkomst: De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 977,76 huurachterstand en proceskosten, terwijl bepalingen over rente en incassokosten worden vernietigd en afgewezen.