ECLI:NL:RBNHO:2024:6050

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 juni 2024
Publicatiedatum
14 juni 2024
Zaaknummer
10940737 CV EXPL 24-515
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over oneerlijke bepalingen in algemene huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte

De zaak betreft een ambtshalve toetsing van de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte 2017 door de Rechtbank Noord-Holland. Stichting Intermaris vordert betaling van huurachterstand en bijkomende kosten van twee gedaagden die niet zijn verschenen. Na een tussenvonnis waarbij de kantonrechter een voorlopig oordeel gaf over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen, heeft de eisende partij een akte ingediend.

De kantonrechter oordeelt dat de bepalingen over rente en buitengerechtelijke incassokosten oneerlijk zijn en vernietigt deze artikelen (7.3 en 17.2) van de algemene voorwaarden. Dit betekent dat de vordering voor deze kosten wordt afgewezen, ook al beroept de eisende partij zich op wettelijke regelingen. De toetsing vindt plaats aan de wet- en regelgeving die gold op het moment van het sluiten van de overeenkomst in 2018.

De huurachterstand tot en met februari 2024 wordt toegewezen, zijnde € 977,76. De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van deze huurachterstand en de proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is verstekvonnis, omdat de gedaagden niet zijn verschenen.

Uitkomst: De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 977,76 huurachterstand en proceskosten, terwijl bepalingen over rente en incassokosten worden vernietigd en afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10940737 \ CV EXPL 24-515
Uitspraakdatum: 12 juni 2024
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting
Stichting Intermaris
te Hoorn
de eisende partij
gemachtigde: H.J. Boswinkel en P. Boswinkel
tegen

1.[gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]
beiden te [plaats]
de gedaagde partijen
beiden niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 20 maart 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde dingen uit de algemene voorwaarden. [1] Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend (hierna: de akte).

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij voert in haar akte aan dat zij zich voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten en rente beroept op de wettelijke regeling. Zoals ook in het tussenvonnis is overwogen (r.o. 3.3.) is dat echter niet relevant. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dat de afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten voor de eisende partij leidt tot een onredelijke schadepost en wijziging van de algemene voorwaarden een enorme operatie is, zoals de eisende partij verder nog aanvoert in haar akte, is ook niet relevant voor de beoordeling of sprake is van een oneerlijk beding (zie r.o. 3.2. van het tussenvonnis).
2.2.
De eisende partij voert in haar akte terecht aan dat de kantonrechter de bepalingen omtrent de buitengerechtelijk incassokosten moet toetsen aan de hand van de wet- en regelgeving die gold op het moment waarop de overeenkomst is gesloten (24 augustus 2018). Dat is echter ook gebeurd. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en artikel 6:96 lid 6 BW Pro zijn immers op 1 juli 2012 in werking getreden, zodat de bepalingen omtrent de buitengerechtelijk incassokosten terecht aan die regels zijn getoetst. Ook aan dit standpunt van de eisende partij gaat de kantonrechter daarom voorbij.
2.3.
De kantonrechter blijft daarom bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de artikelen 7.3 en 17.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden voor zover die betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Conclusie
2.4.
De gevorderde huurachterstand tot en met februari 2024 bedraagt € 977,76 (€ 13.455,52- € 12.477,76 aan deelbetalingen). Dit bedrag is toewijsbaar.
2.5.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 977,76 aan achterstallige huurpenningen tot en met februari 2024;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 138,80 wegens dagvaardingskosten,
€ 372,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte 2017.