Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
gemachtigde: [naam],
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster diende op 19 juni 2024 een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele kantonzakenprocedure. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het verzoek niet gemotiveerd was en dat er geen gegronde vrees voor partijdigheid bestond.
De wrakingskamer besloot het verzoek kennelijk ongegrond te verklaren en zag geen aanleiding voor een mondelinge behandeling. Tevens oordeelde de kamer dat verzoekster misbruik maakte van het wrakingsmiddel door een ongemotiveerd verzoek in te dienen.
Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster niet in behandeling zal worden genomen. De zaak wordt voortgezet in de stand van 19 juni 2024. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is kennelijk ongegrond verklaard en verdere wrakingsverzoeken van verzoekster worden niet in behandeling genomen.