Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
opzettelijk van het leven te beroven,
- een voertuig (personenauto) in beweging heeft gezet en is weggereden, terwijl die [slachtoffer] (terwijl hij -[slachtoffer]- op straat stond) met twee handen de jas van verdachte had vastgegrepen en vasthield (terwijl hij -verdachte- op de bestuurdersstoel van dat voertuig zat), en/of
- die [slachtoffer] (vervolgens) ongeveer 228 meter heeft meegesleept terwijl verdachte de snelheid van het voertuig opvoerde tot een maximale (gemiddelde) snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur, althans tot een hogere snelheid dan 43 kilometer per uur, en/of
- die [slachtoffer] meermalen (tijdens het rijden) met een tot vuist gebalde hand met kracht in het gezicht heeft geslagen en/of
- die [slachtoffer] meermalen, al rijdend met het voertuig, van zich af heeft geduwd
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
bediening opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [slachtoffer] (vervolgens) ongeveer 228 meter heeft meegesleept terwijl verdachte de snelheid van het voertuig opvoerde tot een maximale (gemiddelde) snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur, althans tot een hogere snelheid dan 43 kilometer per uur, en/of
- die [slachtoffer] meermalen (tijdens het rijden) met een tot vuist gebalde hand met kracht in het gezicht heeft geslagen en/of
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Uit de enkele omstandigheid dat die wetenschap bij de verdachte aanwezig is dan wel bij hem moet worden verondersteld, kan niet zonder meer volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard, omdat in geval van die wetenschap ook sprake kan zijn van bewuste schuld.(…)Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld dan wel van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.”
- een voertuig in beweging heeft gezet en is weggereden, terwijl die [slachtoffer] (terwijl hij -[slachtoffer]- op straat stond) met twee handen de jas van verdachte had vastgegrepen en vasthield (terwijl hij -verdachte- op de bestuurdersstoel van dat voertuig zat), en
- die [slachtoffer] vervolgens ongeveer 228 meter heeft meegesleept terwijl verdachte de snelheid van het voertuig opvoerde tot een maximale snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur en
- die [slachtoffer] meermalen tijdens het rijden met een tot vuist gebalde hand met kracht in het gezicht heeft geslagen,
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
24 (vierentwintig) maanden.
24 (vierentwintig) maanden.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.500,00als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
27 januari 2023tot aan de dag der algehele voldoening, aan
[slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 55 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
27 januari 2023tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.