Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:6370

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 juni 2024
Publicatiedatum
25 juni 2024
Zaaknummer
C/15/353255 / FA RK 24-2838
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting crisismaatregel wegens psychische stoornis ondanks verzet betrokkene

De rechtbank Noord-Holland heeft op 12 juni 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een GGZ-instelling. De officier van justitie had dit verzoek ingediend na een eerder opgelegde crisismaatregel door de burgemeester. Betrokkene werd vertegenwoordigd door zijn advocaat, die het verzoek betwistte op grond van onvoldoende medische onderbouwing.

De kern van het geschil betrof de deugdelijkheid van de medische verklaringen. De eerste verklaring, opgesteld na een beeldbelonderzoek, werd door de advocaat aangevochten omdat dit niet voldeed aan de eis van fysiek aanwezig zijn tijdens het psychiatrisch onderzoek. De aanvullende verklaring van een tweede psychiater werd eveneens bekritiseerd, maar de rechtbank oordeelde dat deze verklaring wel degelijk een fysiek onderzoek impliceerde en daarmee voldeed aan de jurisprudentie van de Hoge Raad.

De rechtbank stelde vast dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel is voor betrokkene en zijn omgeving, veroorzaakt door een psychotische stoornis met mogelijk bijkomende factoren zoals middelengebruik. Gezien de ernst van de situatie kon niet worden gewacht op een zorgmachtiging. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, bewegingsbeperking en opname.

Ondanks het verzet van betrokkene werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor een periode van drie weken. De beschikking is openbaar uitgesproken en tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken ondanks het verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/353255 / FA RK 24-2838
beschikking van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2024,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] ,
z.v.w.o.v.
thans verblijvende
in het Centrum voor de Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland Noord,
locatie [locatie] , te [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. J.W.E. Groot, kantoorhoudende te Wognum.

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 juni 2024, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van [plaats] op 9 juni 2024 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
  • de medische verklaring van 9 juni 2024;
  • de politiemutaties van 10 juni 2024;
- een verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister van 10 juni 2024.
1.2.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de ondertekende aanvullende verklaring
van 10 juni 2024 van [psychiater 2] (psychiater), die betrokkene heeft onderzocht en de medische verklaring onderschrijft.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 juni 2024, in voornoemde accommodatie.
1.4.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist;
- verpleegkundige.
1.5.
Tevens is ten behoeve van betrokkene bijstand verleend door een tolk in de Duitse taal.
1.6.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
De advocaat van betrokkene heeft de rechtbank verzocht om het verzoek van de
officier van justitie af te wijzen. Daartoe is gesteld dat de medische verklaring die op 9 juni
2024 door [psychiater 1] is opgesteld niet deugdelijk is, nu betrokkene door deze
psychiater niet is onderzocht in fysieke aanwezigheid van betrokkene. Betrokkene is
namelijk via een beeldbelverbinding onderzocht waarbij betrokkene op het politiebureau
verbleef. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat een dergelijk onderzoek niet
voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De hoofdregel is dat een betrokkene in fysieke
aanwezigheid moet worden onderzocht door een psychiater.
De aanvullende medische verklaring (zogenaamde Varbanov-verklaring) die door psychiater
[psychiater 2] op 10 juni 2024 is opgesteld kan evenmin gelden als een deugdelijke
medische verklaring, nu daarin wordt opgemerkt dat de psychiater betrokkene heeft
“gezien”. Hier blijkt niet uit dat er een deugdelijk medisch onderzoek heeft plaatsgevonden
zoals voorgeschreven door de Hoge Raad, te weten een psychiatrisch onderzoek in de
fysieke aanwezigheid van betrokkene.
2.2.
De rechtbank overweegt allereerst dat de medische verklaring van psychiater [psychiater 2]
van 10 juni 2024 summier is gemotiveerd. De rechtbank leest in deze verklaring
echter wel duidelijk dat deze psychiater de medische verklaring van [psychiater 1] van
9 juni 2024 onderschrijft en dat betrokkene door hem (psychiater [psychiater 2] ), in diens
fysieke aanwezigheid, is gezien op 10 juni 2024.
De rechtbank begrijpt deze verklaring aldus dat er door psychiater [psychiater 2] een
psychiatrisch onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene heeft plaatsgevonden, met
als conclusie dat hij zich kan vinden in de bevindingen en conclusies zoals die in de
medische verklaring van 9 juni 2024 van [psychiater 1] staan vermeld. De formulering
“gezien” interpreteert de rechtbank als “onderzocht”, mede omdat vermeld staat dat
betrokkene in fysieke aanwezigheid is gezien.
Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat ten tijde van de beoordeling van het
verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel er een volwaardig medisch onderzoek
heeft plaatsgevonden. Het verweer wordt daarom verworpen.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.4.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis, met een vooralsnog onduidelijke luxerende factor (mogelijk alcohol- of drugsgebruik of een ontregeling bij bekende schizofrenie). De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van bewegingsvrijheid;
  • het insluiten van betrokkene;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
2.7.
Betrokkene verzet zich tegen voornoemde vormen van verplichte zorg.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.5. zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
3 juli 2024.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, rechter, in tegenwoordigheid van E.B.B.M. van Linden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 juni 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.