De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 12 juni 2024 uitspraak gedaan over twee zaken betreffende een minderjarige en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam. De eerste zaak betreft een verzoek tot wijziging van de zorgregeling, waarbij de omgang tussen de minderjarige en haar vader wordt opgeschort. De tweede zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden.
De feiten tonen aan dat de ouders gezamenlijk het gezag hebben, maar de minderjarige bij haar moeder woont. De omgang tussen de vader en de minderjarige is sinds maart 2024 opgeschort vanwege zorgen over de veiligheid en het welzijn van het kind. De gecertificeerde instelling heeft geadviseerd de omgang niet te hervatten zolang de vader niet meewerkt aan begeleiding en hulpverlening. De vader betwist dit en verzoekt om herstel van de oude omgangsregeling.
De kinderrechter concludeert dat de minderjarige ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling door de huidige situatie en dat de vader onvoldoende medewerkt aan hulpverlening. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 15 juni 2025 en de zorgregeling voor acht maanden opgeschort. De gecertificeerde instelling krijgt de bevoegdheid om te bepalen hoe en onder welke voorwaarden contact tussen vader en kind kan plaatsvinden. Het verzoek tot wijziging wordt toegewezen, het overige afgewezen.