De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak tegen een vennootschap onder firma die werd verdacht van het zonder vergunning verrichten van beveiligingswerkzaamheden. De tenlastelegging betrof het controleren door medewerkers van de juiste truck, trailer, chauffeur, de staat van de goederen, de aangebrachte seals, de route en naleving van rusttijden, en het begeleiden van het transport.
De officier van justitie stelde dat deze werkzaamheden beveiligingswerkzaamheden zijn in de zin van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr), verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin het begeleiden van vrachtwagens als beveiligingswerkzaamheden werd aangemerkt. De verdediging voerde aan dat het hier ging om kwaliteitscontrole en aansprakelijkheidsvaststelling, niet om beveiliging, mede omdat medewerkers in burger en in particuliere voertuigen reden zonder uniform of afschrikwekkende kenmerken.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden niet het bewaken van de veiligheid van personen of het waken tegen verstoring van orde betreffen en dat de controlewerkzaamheden niet de veiligheid van goederen raken. Het volgen van het transport kan onder omstandigheden beveiligingswerkzaamheden zijn, maar niet indien de begeleiding niet zichtbaar is als beveiliging. Hier was sprake van ongeüniformeerde medewerkers in particuliere voertuigen, zonder afschrikwekkende werking. Daarom kwalificeren de werkzaamheden niet als beveiligingswerkzaamheden onder de Wpbr en werd verdachte vrijgesproken.