Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
15 (vijftien) maanden.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 12 juli 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van witwassen van een geldbedrag van ongeveer €341.416,50, verkregen uit oplichting. Het bedrag werd op 20 april 2018 via een bankrekening van een inactief bedrijf ontvangen en vrijwel direct overgemaakt naar diverse andere rekeningen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de beschikking had over de bankrekening en de overboekingen heeft verricht, waarbij hij de werkelijke aard, herkomst en rechthebbende van het geld heeft verborgen. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts als katvanger optrad, maar dit werd niet ondersteund door het bewijs.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarbij rekening werd gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De straf is lager dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde 22 maanden. Verdachte werd vrijgesproken van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor witwassen van circa €341.416,50.