ECLI:NL:RBNHO:2024:7011
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in witwaszaak wegens onvoldoende bewijs van beschikking over geldbedrag
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 12 juli 2024 een zaak waarin verdachte werd verdacht van het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van ongeveer € 341.416,50, verkregen via oplichting. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring voor het witwassen van € 23.000, terwijl de verdediging integrale vrijspraak bepleitte.
Uit het dossier bleek dat het geldbedrag op 20 april 2018 op een Nederlandse bankrekening werd ontvangen en vrijwel direct werd overgemaakt naar andere rekeningen, waaronder een Turkse bankrekening waar € 23.000 naartoe werd overgemaakt. De rechtbank kon echter niet vaststellen dat verdachte de beschikking had over de Nederlandse bankrekening of dat zij de overboekingen had verricht. Ook was onvoldoende bewijs dat verdachte nauw samenwerkte met haar toenmalige partner, de vermoedelijke gebruiker van de rekening.
Hoewel de naam van verdachte in de omschrijving van de overboeking naar de Turkse bankrekening stond, ontbraken nadere gegevens van de Turkse bank of belastingdienst om vast te stellen dat zij daadwerkelijk houder was van deze rekening. Bovendien waren er aanwijzingen dat de medeverdachte over bankrekeningen van anderen kon beschikken. Gezien deze omstandigheden sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde witwassen.
De rechtbank verklaarde de dagvaarding geldig, was bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk. Het verzoek van de verdediging om nader te verklaren over de Turkse rekening behoefde geen bespreking vanwege het ontbreken van bewijs. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer in Haarlem.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van witwassen.