ECLI:NL:RBNHO:2024:7036

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 juni 2024
Publicatiedatum
11 juli 2024
Zaaknummer
10921650 \ WM VERZ 24-313
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete parkeren in parkeerverbodzone

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig in een gebied waar dat niet is toegestaan, aangeduid met een E1-bord (parkeerverbodzone). Betrokkene voerde aan dat er geen E1-bord aanwezig was op de parkeerplaats en dat hij op zijn route ook geen bord was gepasseerd.

De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter stelde vast dat uit de foto’s en de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Het feit dat betrokkene geen bord zag, is niet doorslaggevend omdat het hier een parkeerzone betreft die met waarschuwingsborden bij het binnenrijden wordt aangegeven.

De kantonrechter concludeerde dat betrokkene op de route een E1-bord en een herhalingsbord is gepasseerd en vond geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodzone wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10921650 \ WM VERZ 24-313
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 3 juni 2024
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [adres] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde] .

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 april 2024. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Gemachtigde heeft aangevoerd dat op de betreffende parkeerplaats geen E1 bord aanwezig is en dat betrokkene op zijn route naar de parkeerplaats ook geen E1 bord is gepasseerd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de foto’s en de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat betrokkene geen verkeersbord met een parkeerverbod in de nabijheid van de plaats waar is geparkeerd, heeft waargenomen, is niet van belang omdat het hier een parkeerzone betreft. Bestuurders worden hierop attent gemaakt door middel van een waarschuwingsbord bij het binnenrijden van de betreffende zone. Bij het verlaten van de parkeerzone wordt dit wederom aangegeven met een bord. Gelet op de door betrokkene opgegeven afgelegde route is betrokkene op de Zandvoortselaan ter hoogte van huisnummer 39 een E1 gepasseerd. Ook is betrokkene op het vervolg van de route in ieder geval een herhalingsbord gepasseerd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: