Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
direct voorafgaandaan de waarneembare klinische symptomen (zoals huilen en niet op de benen willen staan) moeten zijn toegebracht.
toegebrachtdan onder de hypothese dat de letsels het gevolg zijn van een
accidentelekrachtsinwerking.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
voorwaardelijkevorm opleggen, met daaraan verbonden een proeftijd van één jaar.
7.Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
2 (twee) maanden,met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
één jaarbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
120 (honderdtwintig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
[naam 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 11.000,-bestaande uit € 1.000,- als vergoeding voor de materiële en € 10.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[naam 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 11.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 90 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[naam 1](geboren op [geboortedatum]) te openen bankrekening met een BEM-clausule.
[naam 2]en
[naam 3]geleden affectieschade.
[naam 2]en
[naam 3]in de proceskosten door de verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.