Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[verzoeker 1] en/of,
[verzoeker 2],
Rechtbank Noord-Holland
Op 12 juli 2024 ontving de rechtbank Noord-Holland een verzoekschrift van verzoekers, verbonden aan een notariskantoor, waarin zij op grond van artikel 4:203 BW Pro verzochten om benoeming van een vereffenaar in de nalatenschap van een overledene met laatste woonplaats in een andere jurisdictie.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 268 lid 1 Rv Pro de bevoegde rechter in nalatenschapszaken de rechter is van de laatste woonplaats van de overledene, in dit geval de rechtbank Amsterdam. De uitzondering op deze regel was niet van toepassing.
Daarom verklaarde de rechtbank Noord-Holland zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek en verwees de zaak in de stand waarin deze zich bevond naar de rechtbank Amsterdam. De beschikking werd op 18 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door mr. M.A. Hoogkamer.
Uitkomst: Rechtbank Noord-Holland verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.