ECLI:NL:RBNHO:2024:7317

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
18 juli 2024
Zaaknummer
C/15/354688 / HA RK 24-96
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 BWArt. 268 lid 1 RvArt. 270 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om benoeming vereffenaar in nalatenschap afgewezen wegens relatieve onbevoegdheid rechtbank

Op 12 juli 2024 ontving de rechtbank Noord-Holland een verzoekschrift van verzoekers, verbonden aan een notariskantoor, waarin zij op grond van artikel 4:203 BW Pro verzochten om benoeming van een vereffenaar in de nalatenschap van een overledene met laatste woonplaats in een andere jurisdictie.

De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 268 lid 1 Rv Pro de bevoegde rechter in nalatenschapszaken de rechter is van de laatste woonplaats van de overledene, in dit geval de rechtbank Amsterdam. De uitzondering op deze regel was niet van toepassing.

Daarom verklaarde de rechtbank Noord-Holland zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek en verwees de zaak in de stand waarin deze zich bevond naar de rechtbank Amsterdam. De beschikking werd op 18 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door mr. M.A. Hoogkamer.

Uitkomst: Rechtbank Noord-Holland verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rekestnummer: C/15/354688 / HA RK 24-96
Beschikking van 18 juli 2024
in de zaak van

1.[verzoeker 1] en/of,

2.
[verzoeker 2],
verbonden aan Jager & Goossens notarissen te Haarlem,
verzoekers,
advocaat mr. A.E. Sieswerda te Heemstede.

1.De beoordeling

1.1.
Op 12 juli 2024 heeft de rechtbank een verzoekschrift ontvangen waarin verzoekers de rechtbank vragen om op grond van artikel 4:203 BW Pro een vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van [erflater], geboren op [geboortedatum] 1958 te [plaats], met als laatste woonplaats [plaats] en op 30 november 2022 overleden te [plaats].
1.2.
Op grond van het bepaalde in artikel 268 eerste Pro lid Rv is in zaken betreffende nalatenschappen bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene. Dit betekent dat de rechtbank Amsterdam de bevoegde rechtbank is om over dit verzoek te oordelen. De uitzondering als vermeld in de tweede volzin van art. 268 lid 1 Rv Pro doet zich hier niet voor.
1.3.
De rechtbank Noord-Holland zal de zaak op de voet van artikel 270 Rv Pro in de stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de rechtbank Amsterdam.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek,
2.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A. Hoogkamer en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2024. [1]

Voetnoten

1.type: 1155