Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens over de vermeende onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens door de Nationale Politie Eenheid Noord-Holland. De Autoriteit Persoonsgegevens besloot op 14 juni 2024 de klacht niet verder te onderzoeken. Verzoeker stelde dat de politie hem onterecht had aangemeld bij het Veiligheidshuis en dat zijn gegevens schadelijk zijn voor zijn reputatie en veiligheid.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de verwerking van zijn gegevens zou beperken totdat hij inzage had gekregen. De voorzieningenrechter heeft schriftelijk om een onderbouwing van het spoedeisend belang gevraagd. Verzoeker gaf aan dat de gegevens onjuist zijn, zijn reputatie en veiligheid schaden en dat hij niet kan achterhalen waarom hij is aangemeld bij het Veiligheidshuis.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom hij het bezwaar niet kan afwachten, temeer daar hij inmiddels inzage heeft gekregen. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom kennelijk ongegrond en is zonder zitting afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.