De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn grootouders. De minderjarige vertoont ernstige ontwikkelingsbedreigingen en gedragsproblemen, waarvoor hij in een pleeggezin bij de grootouders verblijft met begeleide omgang met zijn moeder. De GI heeft het perspectiefbesluit genomen dat terugplaatsing bij de moeder niet haalbaar is, mede vanwege haar problematiek en onvoldoende opvoedvaardigheden.
De moeder erkent haar problematiek en heeft stappen gezet, maar de rechtbank acht haar nog onvoldoende in staat om aan de verzwaarde opvoedbehoefte van de minderjarige te voldoen. De grootouders bieden een stabiele woonplek en krijgen hulpverlening ter ondersteuning. De rechtbank toetst het perspectiefbesluit en bevestigt dat het opgroeiperspectief van de minderjarige niet bij de moeder ligt.
De rechtbank wijst het verzoek van de GI toe tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing tot 28 april 2025 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek van de moeder tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing voor slechts zes maanden met nader onderzoek wordt afgewezen. De belangen van de minderjarige staan voorop, met behoud van contact met de moeder.