Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- met een rijdende personenauto sterk naar rechts te sturen in de richting van het naast zijn, verdachtes, voertuig rijdende dienstvoertuig waarin die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zaten, waarbij die [slachtoffer 3] - die het dienstvoertuig bestuurde - sterk op de rem moest om een aanrijding te voorkomen en
- met een rijdende personenauto hard te remmen terwijl het dienstvoertuig waarin die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zaten achter hem reed, waarbij die [slachtoffer 3] - die het dienstvoertuig bestuurde - sterk op de rem moest om een aanrijding te voorkomen;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
15 (vijftien) maanden.
2 (twee) jaren.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 500,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet of niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 10 (tien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 300,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet of niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 6 (zes) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 300,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet of niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 6 (zes) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 300,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 4]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet of niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 6 (zes) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.