Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
2.De procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4. Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
6.Vaststelling van de betalingsverplichting
€ 43.222,43.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
[veroordeelde]op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 43.222,43 euro(drieënveertigduizend tweehonderdtweeëntwintig euro en drieënveertig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.