De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige met ernstige gedragsproblematiek. De minderjarige verblijft momenteel in voorlopige hechtenis en heeft sinds april 2023 op een open groep gewoond, waar behandeling en onderwijs werden geboden. Vanwege herhaaldelijk weglopen en onvoldoende behandeling is een gesloten plaatsing noodzakelijk geacht.
De kinderrechter overweegt dat de gedragsproblemen van de minderjarige, waaronder een posttraumatische stressstoornis en reactieve hechtingsstoornis, ernstig zijn en dat het open karakter van de huidige voorziening onvoldoende grip biedt. Een gesloten groep is passend om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan noodzakelijke behandeling en om veiligheid te waarborgen.
De minderjarige heeft aangegeven liever bij zijn moeder te willen wonen en is terughoudend ten aanzien van de behandeling, maar begrijpt het belang van de machtiging. De kinderrechter acht gesloten jeugdhulp noodzakelijk en passend, mede omdat een plaatsing op de gesloten groep pas mogelijk is na het verkrijgen van de machtiging.
De machtiging wordt verleend voor een periode van zes maanden, tot 11 januari 2025. De moeder is niet verschenen bij de zitting. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.