Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:7769

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juli 2024
Publicatiedatum
30 juli 2024
Zaaknummer
C/15/354331 / JU RK 24-972
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige gedragsproblematiek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige met ernstige gedragsproblematiek. De minderjarige verblijft momenteel in voorlopige hechtenis en heeft sinds april 2023 op een open groep gewoond, waar behandeling en onderwijs werden geboden. Vanwege herhaaldelijk weglopen en onvoldoende behandeling is een gesloten plaatsing noodzakelijk geacht.

De kinderrechter overweegt dat de gedragsproblemen van de minderjarige, waaronder een posttraumatische stressstoornis en reactieve hechtingsstoornis, ernstig zijn en dat het open karakter van de huidige voorziening onvoldoende grip biedt. Een gesloten groep is passend om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan noodzakelijke behandeling en om veiligheid te waarborgen.

De minderjarige heeft aangegeven liever bij zijn moeder te willen wonen en is terughoudend ten aanzien van de behandeling, maar begrijpt het belang van de machtiging. De kinderrechter acht gesloten jeugdhulp noodzakelijk en passend, mede omdat een plaatsing op de gesloten groep pas mogelijk is na het verkrijgen van de machtiging.

De machtiging wordt verleend voor een periode van zes maanden, tot 11 januari 2025. De moeder is niet verschenen bij de zitting. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor zes maanden vanwege ernstige gedragsproblematiek en het belang van behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/354331 / JU RK 24-972
Datum uitspraak: 11 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] (Syrië),
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. S.B.J. Hiemstra, kantoorhoudende te Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 27 juni 2024;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 28 juni 2024, ontvangen op 9 juli 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juli 2024. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met zijn advocaat mr. S.B.J. Hiemstra;
- [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI.
1.3.
Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de moeder niet ter zitting verschenen.
1.4.
Op verzoek van de GI heeft de behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden voorafgaand aan de behandeling van de pro forma strafzitting van [de minderjarige] . Gelet hierop waren ook zijn strafrechtadvocaat, mr. L.E. de Jong, en de zittingsvertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, [vertegenwoordiger van de raad] , ter zitting aanwezig.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in het kader van voorlopige hechtenis in [verblijfplaats] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 1 maart 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 1 maart 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI het volgende naar voren gebracht.
Vanaf april 2023 is [de minderjarige] geplaatst op een open groep bij [locatie] van [accommodatie] , een voorziening waar hij kan wonen, behandeling kan krijgen en naar school kan gaan. Nadat [de minderjarige] is opgepakt voor een nieuw strafbaar feit heeft er een gesprek plaatsgevonden waarin is besloten dat [locatie] , vanwege hun open karakter, niet meer passend is voor [de minderjarige] . Hij heeft veel kansen gehad, maar blijft zich onttrekken en dit wordt ook frequenter en langer, waarbij [locatie] in de afgelopen maanden steeds minder grip op hem ervaart. Het is zo lang mogelijk open geprobeerd, maar nu lijkt gesloten plaatsing de enige optie, omdat de kans dat hij zich opnieuw zal onttrekken bij [locatie] te groot is. Doordat [de minderjarige] blijft weglopen komt hij onvoldoende toe aan de behandeling die hij zo hard nodig heeft en brengt hij zichzelf en anderen in risicovolle situaties. [accommodatie] heeft in de buurt van [locatie] een gesloten groep ( [locatie] ). De zorgen rondom [de minderjarige] zijn langdurig en zijn op een open groep onvoldoende weggenomen. Wanneer het slecht gaat met [de minderjarige] , komt hij ook weer met politie in aanraking. Enkel afstraffen is voor [de minderjarige] echter geen oplossing, langer verblijf in de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) wordt zelfs als een risico gezien op verharding van zijn gedrag. In de tussentijd schorsen naar huis of verblijven in de JJI vindt de GI niet passend voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . Om zijn positieve kant te blijven aanspreken en zijn therapie te kunnen voortzetten, lijkt een gesloten plaatsing het meest passend. Er zijn stappen gezet door overleg met [accommodatie] en de plaatsingscoördinator gesloten jeugdhulp. Daar komt uit naar voren dat er op de gesloten groep in [locatie] op dit moment geen plek is, maar [de minderjarige] pas op de wachtlijst geplaatst kan worden als er een machtiging gesloten jeugdhulp wordt uitgesproken. Daarom wordt dit verzoek gedaan terwijl nog onduidelijk is wanneer [de minderjarige] geplaatst zou kunnen worden.
3.3.
Ter zitting heeft de GI hier aan toegevoegd dat [de minderjarige] op een kleinschalige gesloten voorziening geplaatst zal worden. Op deze gesloten groep kan [de minderjarige] zijn behandeling voorzetten met dezelfde behandelaar als op de open groep. De GI ziet bij tussentijds naar huis gaan een te groot risico op politiecontacten en conflicten met de moeder.

4.Het standpunt van [de minderjarige]

4.1.
heeft aan de kinderrechter verteld dat hij liever bij zijn moeder wil wonen. Hij snapt dat anderen vinden dat hij behandeling moet krijgen, maar vindt dit eigenlijk zelf niet nodig. Als hij gesloten geplaatst wordt dan zal hij wel zijn best gaan doen.
4.2.
Mr. Hiemstra heeft namens [de minderjarige] verzocht het verzoek voor een machtiging gesloten jeugdhulp af te wijzen. In het geval dat [de minderjarige] in het kader van zijn strafzaak geschorst wordt, dan wil hij graag naar huis. Wel begrijpt [de minderjarige] dat de machtiging gesloten jeugdhulp nodig is voor het krijgen van behandeling. De plek op de gesloten groep lijkt beter passend te zijn dan zijn verblijf in de JJI.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen (artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw)).
5.2.
De kinderrechter overweegt hiertoe dat er bij [de minderjarige] sprake is van ernstige gedragsproblematiek, veroorzaakt door zijn posttraumatische stressstoornis en reactieve hechtingsstoornis. [de minderjarige] heeft in zijn jonge leven al veel meegemaakt. Hij is slachtoffer geweest van huiselijk geweld, is vanuit Syrië naar Nederland gevlucht en heeft vervolgens veel wisselingen in verblijfplaatsen gehad. Sinds april 2023 verbleef [de minderjarige] op de open groep [locatie] , waar hij ook behandeling kreeg en onderwijs volgde. Deze plaatsing heeft uiteindelijk niet het gewenste resultaat gehad, want doordat [de minderjarige] blijft weglopen komt hij onvoldoende toe aan de noodzakelijke behandeling en brengt hij zichzelf en anderen in onveiligheid. Daarnaast is [de minderjarige] in april 2024 opnieuw aangehouden voor het plegen van strafbare feiten. Sindsdien verblijft hij in [verblijfplaats] . Binnen de JJI is het niet mogelijk om [de minderjarige] een passende behandeling te bieden. Er is een passende behandelplek voor [de minderjarige] gevonden op een gesloten groep in [locatie] . Het is de kinderrechter gebleken dat [de minderjarige] hier pas op de wachtlijst geplaatst kan worden als er een machtiging gesloten jeugdhulp is afgegeven. De kinderrechter acht het van belang dat [de minderjarige] , op het moment dat een schorsing van zijn voorlopige hechtenis aan de orde is, op deze gesloten groep geplaatst kan worden. Daarom is de kinderrechter, gelet op de gedragsproblematiek van [de minderjarige] en het belang van behandeling, met de GI en de gedragswetenschapper van oordeel dat gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] noodzakelijk is.
5.3.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de periode van zes maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 11 januari 2025.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024 door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.B. Kuvel als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.