Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
het (betwiste) stukje grond.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn buren met percelen die aan elkaar grenzen. Er ontstond een geschil over een klein stukje grond van circa 2 m² dat kadastraal bij het perceel van gedaagde hoort. Eiser stelde door verjaring eigenaar te zijn geworden, terwijl gedaagde de ontruiming van dat stukje grond vorderde.
De rechtbank onderzocht of sprake was van bezit in de zin van bevrijdende verjaring. Uit de feiten bleek dat het stukje grond altijd eigendom was van gedaagde en dat noch diens rechtsvoorganger, noch eiser ondubbelzinnig bezit had genomen. Het plaatsen van een erfafscheiding door gedaagde betekende geen afstand van bezit. Ook het gebruik door eiser en diens vader kon niet worden aangemerkt als bezit, maar hooguit als houderschap.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af en verklaarde dat de erfgrens samenvalt met de kadastrale grens. Eiser werd veroordeeld om de schutting te verwijderen en ontruimen binnen een gestelde termijn, onder dreiging van een dwangsom. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het beroep op verjaring wordt afgewezen en eiser moet de schutting verwijderen en het stukje grond ontruimen.