Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
de correspondentie met ingang van heden” zal voortzetten.
Rechtbank Noord-Holland
In een burengeschil vordert eiser de verwijdering van bomen en struiken die binnen de verboden zone van artikel 5:42 BW Pro staan, alsmede van latten tussen de gevels van de woningen. De rechtbank oordeelt dat de bomen rond 2007 zijn geplant en altijd hoger dan twee meter zijn geweest. Eiser had eerder actie moeten ondernemen, zeker gezien eerdere procedures tussen partijen over een aanbouw. Hierdoor is sprake van rechtsverwerking van het recht om verwijdering te vorderen.
De latten tussen de gevels zijn niet onrechtmatig; hoewel aanvankelijk vrijwel geheel afgesloten, bevatten zij ventilatieroosters en is na dagvaarding een deel verwijderd. Eiser kon onvoldoende aantonen dat de situatie onrechtmatig was of dat ventilatie onvoldoende was. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
De rechtbank legt uit dat enkel tijdsverloop niet voldoende is voor rechtsverwerking, maar bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die het gerechtvaardigd vertrouwen bij gedaagde wekken dat eiser zijn aanspraak niet zou handhaven. Eiser had ruim voor eerdere procedures duidelijkheid over de situatie, maar koos ervoor dit geschilpunt niet eerder aan te kaarten. De vordering tot verwijdering van latten wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewijs van onrechtmatigheid.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot verwijdering van beplanting en latten af wegens rechtsverwerking en onvoldoende onrechtmatigheid.