Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Woningstichting Rochdale
Rechtbank Noord-Holland
Woningstichting Rochdale heeft [gedaagde] gedagvaard omdat hij niet voldoet aan de verplichting zijn hoofdverblijf te hebben in de gehuurde woning, zoals bepaald in de huurovereenkomst. Ondanks meerdere pogingen tot contact en huisbezoeken is [gedaagde] niet thuis aangetroffen en heeft hij niet gereageerd op berichten over renovatiewerkzaamheden.
De mondelinge behandeling vond plaats op 30 juli 2024, waarbij [gedaagde] niet is verschenen en verstek is verleend. Rochdale vordert primair ontruiming van de woning uiterlijk 1 september 2024 en subsidiair ontruiming voor de duur van renovatiewerkzaamheden. De kantonrechter constateert een kennelijke verschrijving in het adres en corrigeert dit.
De rechter oordeelt dat de primaire vordering toewijsbaar is vanwege de spoedeisendheid en het ontbreken van betwisting door [gedaagde]. Het niet hebben van het hoofdverblijf op het adres vormt een tekortkoming volgens artikel 4.1 van de huurovereenkomst. De machtiging voor ontruiming met deurwaarder wordt afgewezen omdat een ontruimingsvonnis hiervoor voldoende is. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het vonnis is op 6 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter P.J. Jansen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk 1 september 2024 wegens niet-nakoming van de hoofdverblijfplaatsverplichting.