Op 16 maart 2022 pleegde de verdachte samen met een mededader een gewelddadige overval op een winkel in Alkmaar. De verdachte bedreigde de winkelmanager door een hard voorwerp in zijn nek te drukken, duwde hem ruw tegen de grond, bond zijn handen vast en bedreigde hem met woorden. Toen een schoonmaker arriveerde, probeerde de verdachte deze naar binnen te trekken, wat leidde tot een worsteling waarbij de verdachte muziekoordopjes verloor. Vervolgens namen zij een mobiele telefoon en sleutelbos van de winkelmanager mee en vluchtten op een scooter.
De rechtbank baseerde haar oordeel op DNA-sporen gevonden op de jas van de schoonmaker, de oordopjes en de scooter, die met grote waarschijnlijkheid van de verdachte afkomstig waren. De verdachte ontkende betrokkenheid, maar zijn verklaring over het lenen van voorwerpen werd als ongeloofwaardig verworpen. Het signalement van de verdachte kwam overeen met getuigenverklaringen en camerabeelden.
De rechtbank verklaarde de tenlastelegging bewezen en kwalificeerde het feit als diefstal met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar op, ondanks het verzoek van de officier van justitie voor een voorwaardelijke straf en taakstraf. De strafuitvoering vindt volledig plaats in detentie, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma.