De stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek heeft de gedaagde gedagvaard wegens huurachterstand en vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huur, rente, incassokosten, gebruiksvergoeding en proceskosten. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de toepasselijkheid en eerlijkheid van de algemene voorwaarden, waaronder het huurprijswijzigingsbeding, rentebeding en incassokostenbedingen. Het huurprijswijzigingsbeding wordt als kernbeding beschouwd en getoetst, maar blijft in stand omdat het niet oneerlijk is. Het rentebeding van 1% per maand en het boetebeding van €25 per dag worden als oneerlijk vernietigd, evenals de incassokostenbedingen die afwijken van wettelijke regels en een te hoge vergoeding eisen.
De gevorderde huurachterstand is minimaal drie maanden en rechtvaardigt ontbinding en ontruiming. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €10.350,66 aan achterstallige huur tot mei 2024 en een gebruiksvergoeding van €1.157,84 per maand vanaf juni 2024. De ontruimingstermijn is veertien dagen na betekening van het vonnis. De gedaagde wordt in de proceskosten veroordeeld. De overige vorderingen worden afgewezen vanwege vernietiging van de oneerlijke bedingen.