De officier van justitie verzocht de rechtbank om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, die lijdt aan een ernstige alcoholverslaving en een bipolaire I stoornis. Uit medische verklaringen en het zorgdossier bleek dat betrokkene ernstig nadeel kan ondervinden door haar stoornissen, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene erkende haar verslaving maar stelde deze onder controle te hebben en wees het verzoek tot verplichte zorg af op grond van haar zelfbeschikkingsrecht. Zij was bereid vrijwillige hulp te aanvaarden. De rechtbank stelde vast dat betrokkene wilsbekwaam was en haar bezwaar tegen verplichte zorg voldoende toegelicht was.
De rechtbank oordeelde dat er geen acuut levensgevaar of een aanzienlijk risico daarop voor betrokkene of anderen bestond zoals vereist volgens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Daarom moest het verzoek tot zorgmachtiging worden afgewezen. De rechtbank benadrukte de zorgelijke situatie en riep betrokkene op vrijwillig hulp te accepteren.
De beschikking werd op 31 juli 2024 in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 9 augustus 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.