Schuldenaar heeft in mei 2021 een minnelijk traject doorlopen waarbij een aanbod aan schuldeisers werd gedaan, dat door een deel van hen werd afgewezen. Later bleek dat schuldenaar niet volledig had geïnformeerd over zijn eigendom van een woning die met overwaarde werd verkocht, waardoor het aanbod onjuist was. De gemeente beëindigde daarop de schuldhulpverlening wegens schending van de inlichtingenplicht.
In november 2023 diende schuldenaar zelf een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) in, zonder dat er in de tussentijd een nieuw minnelijk traject was gestart of een nieuw aanbod was gedaan. Schuldenaar verscheen zonder schuldhulpverlener bij de zittingen.
De rechtbank oordeelt dat het minnelijk traject niet volledig is afgerond en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Daarnaast overweegt de rechtbank dat schuldenaar onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden, aangezien hij geen aanspraak maakte op de overwaarde van de woning, die hij mede-eigenaar was. Het verzoek zou bij ontvankelijkheid alsnog zijn afgewezen.