Op 5 januari 2024 werd een Dodge Ram 1500 zonder geldig kentekenbewijs in beslag genomen onder de klager. De klager, die kort daarvoor zijn woning was kwijtgeraakt en daardoor zijn eenmanszaak bij de Kamer van Koophandel was uitgeschreven, voerde aan dat het voertuig ten onrechte als spookvoertuig werd aangemerkt. Hij stelde eigenaar te zijn en dat de financieringsmaatschappij slechts geldverstrekker is.
De officier van justitie verzette zich primair tegen teruggave vanwege een mogelijke toekomstige verbeurdverklaring wegens ontbreken van een geldig kentekenbewijs. Subsidiair stelde hij dat de financieringsmaatschappij als rechthebbende moest worden beschouwd. Deze partij was echter niet verschenen en maakte geen aanspraak.
De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang onvoldoende was onderbouwd en dat geen ander dan de klager als rechthebbende was aangetoond. Daarom werd het beklag gegrond verklaard en teruggave van het voertuig aan de klager gelast. Praktische zaken zoals tenaamstelling en verzekering zijn voor rekening van de klager.
Tegen deze beslissing staat het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open.