De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Haaglanden tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds maart 2024 bij een zorgboerderij en heeft een complexe problematiek die gespecialiseerde behandeling vereist. De moeder oefent het gezag uit maar heeft onvoldoende vertrouwen in de vrijwillige hulpverlening, waardoor de band met de minderjarige onder druk staat.
De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling en dat de noodzakelijke zorg niet voldoende wordt geaccepteerd. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds noodzakelijk. De moeder en minderjarige zijn het eens met verlenging van de maatregelen, hoewel de moeder bezwaren heeft tegen de huidige plaatsing en hulpverlening.
De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot de meerderjarigheid van de minderjarige. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.