Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlasteleggingen
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit in zaak A, omdat geen sprake is geweest van seksueel binnendringen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de maatregel
Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
niet strafbaaren ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.000 [zegge: vijfduizend euro], als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000 [zegge: vijfduizend euro], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.