De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 21 augustus 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot onderbewindstelling van betrokkene. Het verzoek werd ingediend omdat betrokkene haar financiële zaken niet goed regelt, inteert op haar vermogen en alle hulp afhoudt. Betrokkene was niet verschenen bij de mondelinge behandeling, maar heeft via e-mail verweer gevoerd.
Uit de overgelegde stukken, waaronder medische verklaringen, blijkt dat betrokkene vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De verzoeker regelt al enkele maanden de financiën van betrokkene, die herstellende is van een ziekte, maar betrokkene wil haar financiële zaken zelf weer oppakken.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat er sprake is van verminderd ziekte-inzicht. Betrokkene heeft geen initiatief getoond om een uitkering aan te vragen sinds zij in 2019 is gestopt met werken en houdt hulp af. Gezien het dreigende financieel onvermogen, waaronder het opraken van spaargeld en het betalen van hypotheekkosten, is bewind noodzakelijk.
De kantonrechter stelt de goederen van betrokkene onder bewind en benoemt verzoeker tot bewindvoerder. De uitspraak wordt ingeschreven in het openbaar Centraal curatele- en bewindregister. Tegen de benoeming bestaat geen bezwaar.