Eiser, een alleenstaande minderjarige asielzoeker uit Syrië, verzocht om urgentie bij woningtoewijzing in Zaanstad. Zijn aanvraag werd op 12 mei 2023 afgewezen en het bezwaar op 6 juni 2023 ongegrond verklaard. Eiser heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en kampt met rug- en psychische klachten, maar medisch advies concludeerde dat hij geen beperkingen heeft die hem verhinderen kamerbewoning.
Verweerder baseerde de afwijzing op artikel 2.5.5, eerste lid, onder c, van de Huisvestingsverordening Zaanstad 2021, waarin urgentie wordt geweigerd als het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of op andere wijze opgelost kan worden. De rechtbank oordeelt dat eiser momenteel niet dakloos is omdat hij bij vrienden en in hostels verblijft en bovendien een baan heeft, waardoor hij in staat is zelf een kamer te huren.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de urgentieverklaring standhoudt.