ECLI:NL:RBNHO:2024:8703
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen moeder en minderjarige kinderen met begeleiding GGZ
De rechtbank Noord-Holland heeft op 23 augustus 2024 een omgangsregeling vastgesteld tussen de moeder en haar minderjarige kinderen. De moeder had verzocht om een omgangsregeling waarbij zij om de week contact met de kinderen zou hebben, met verschillende alternatieven en een telefonische contactmogelijkheid. De vader verzette zich tegen de omgang vanwege de psychische problematiek van de moeder en de veiligheid van de kinderen, verwijzend naar incidenten en opname van de moeder in een GGZ-instelling.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht advies uit waarin werd gesteld dat de spanningen tussen de ouders en niet de psychische problematiek van de moeder het grootste probleem vormden. De Raad adviseerde een opbouw van de omgang met begeleiding van de GGZ. De kinderen zelf gaven aan weer contact met hun moeder te willen, maar ook spanning te voelen.
De rechtbank volgde het advies van de Raad en stelde een gefaseerde omgangsregeling vast: eerst telefonische contacten, daarna begeleide fysieke contacten met de GGZ, en vanaf week vijf een reguliere omgang om de twee weken. Tevens werd een vakantieschema vastgesteld. De rechtbank benadrukte dat bij psychische ontregeling van de moeder de omgang aangepast of tijdelijk gestaakt kan worden. De moeder moet meer transparantie tonen over haar situatie en de kinderen kunnen baat hebben bij een KOPP-training.
Daarnaast werd een kinderbijdrage van € 50 per maand door de moeder aan de vader vastgesteld vanaf 28 maart 2024. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank stelt een gefaseerde omgangsregeling vast met begeleiding van de GGZ en bepaalt een kinderbijdrage van € 50 per maand door de moeder.