Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen, omdat de vader na de geboorte ongeveer zeven maanden uit beeld was en sindsdien niet reageerde op contactpogingen. De moeder gaf aan dat het gezamenlijke gezag problemen opleverde bij het regelen van belangrijke zaken voor het kind.
De vader erkende de periode van afwezigheid, maar gaf aan sinds april 2024 weer contact te hebben gezocht en actief betrokken te zijn bij het leven van het kind, ondanks zijn beperkte financiële middelen en asielprocedure. De Raad voor de Kinderbescherming stelde dat de vader zich bewust moet zijn van zijn verantwoordelijkheden en dat het verzoek tot wijziging van het gezag op dit moment niet aan de orde is.
De rechtbank oordeelde dat de criteria voor beëindiging van het gezamenlijk gezag niet zijn vervuld, omdat de vader weer in beeld is en zijn gezag niet heeft misbruikt. Het verzoek werd daarom afgewezen als prematuur. De rechtbank benadrukte dat bij een toekomstige langdurige verbreking van contact een andere beslissing mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag wordt afgewezen omdat de vader sinds april 2024 weer actief betrokken is bij het kind.