ECLI:NL:RBNHO:2024:9107
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging AIO-aanvulling wegens onduidelijkheden vermogen
Verzoekster ontvangt sinds december 2020 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) naast haar AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank beëindigde deze AIO-aanvulling met ingang van juli 2023 omdat het vermogen van verzoekster hoger bleek dan de vrij te laten grens. Dit vermogen betreft onder meer erfdelen in onroerende zaken in Turkije waarvan de omvang en verhandelbaarheid onduidelijk zijn.
Tijdens de zitting op 4 april 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. Verzoekster ontkende aanvankelijk het bezit van onroerende zaken, maar uit onderzoek bleek dat zij meerdere erfdelen bezit met een gezamenlijke waarde van ruim € 11.998,00, en mogelijk nog meer vermogen zoals een bankrekening en pensioenrechten in Turkije.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over haar vermogen en de mogelijkheid om dit te gelde te maken. Haar stelling dat het vermogen onverkoopbaar is wegens gedeeld eigendom en Turkse regelgeving is onvoldoende om het vermoeden van beschikking te weerleggen. Het bezwaar heeft daarom geen redelijke kans van slagen.
De voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarbij de voorzieningenrechter benadrukt dat partijen naar een oplossing moeten toewerken en dat de SVB vanwege de vangnetfunctie van de AIO-aanvulling prudent moet handelen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de AIO-aanvulling wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over het vermogen van verzoekster.