ECLI:NL:RBNHO:2024:9108
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na eerstejaarsbeoordeling en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres werkte als schoonmaakster bij twee werkgevers en meldde zich ziek na een auto-ongeluk. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) beëindigde het UWV haar ZW-uitkering per 26 maart 2022, omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met andere functies. Eiseres betwistte dit en voerde zwaardere beperkingen aan, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde de beoordeling op basis van medisch onderzoek en informatie van de huisarts.
De rechtbank oordeelt dat er geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische beoordeling op de datum van het besluit. De latere WIA-beoordeling per einde wachttijd (28 januari 2023) betrof een ander medisch beeld en een hogere arbeidsduur, waardoor verschillen in uitkomst verklaarbaar zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering standhoudt. Wel kent de rechtbank eiseres een immateriële schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden, evenals een proceskostenvergoeding van €437,50. Deze kosten worden door de Staat der Nederlanden gedragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.