Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
De zaak met parketnummer 15/266070-23 wordt hierna aangeduid als zaak D.
1.Tenlasteleggingen
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
8 oktober 2023 dat hij bij aankomst bij het restaurant een man en een vrouw zag zitten. Hij zag dat de man een ontbloot bovenlijf had en hij zag dat de vrouw naast hem, bij het zien van de politie probeerde op te staan. Verbalisant zag dat de man haar bij haar arm vastpakte en weer terug trok en hij zag dat de vrouw angstig uit haar ogen keek. Ook de getuigenverklaringen van [naam 7] en [naam 8], als personeel aanwezig in het restaurant, onderbouwen de verklaring van de aangeefster. [naam 8] verklaart dat de aangeefster heimelijk een bel-gebaar naar haar maakte. Zij had de indruk dat de vrouw tegen haar zin bij de man was. Zij had het idee dat de man haar iets aan zou doen. De man kwam dreigend over richting de vrouw en de vrouw mocht zelf niets doen. Getuige [naam 7] verklaart dat zij zag dat collega [naam 8] de man probeerde te kalmeren. Zij zag dat de vrouw die bij hem was, heel erg bang was. Ze zat in elkaar gekropen. Ze praatte heel voorzichtig en timide tegen hem. Toen de politie arriveerde zag zij dat de vrouw opstond en snel een stap achteruit deed. [naam 7] heeft de vrouw meegenomen naar het kantoor zodat ze veilig was.
De onderbouwing van de verklaring van de aangeefster door de hiervoor aangehaalde getuigen in het restaurant, en hun verklaringen over de gemoedstoestand van de verdachte, geven ook aanleiding om de verklaringen van de aangeefster over hetgeen heeft plaatsgevonden voordat zij in restaurant [naam 6] arriveerden betrouwbaar en aannemelijk te achten.
Door op deze manier aangever onverhoeds van achteren stevig bij de nek/keel te grijpen, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij de aangever pijn zou kunnen ontstaan als gevolg van zijn actie. Het verweer dat de opzet op het toebrengen van dat letsel ontbreekt wordt dan ook verworpen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
mishandeling, meermalen gepleegd;
diefstal;
diefstal, gevolgd door geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
mishandeling;
wederspannigheid.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
8.Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij
10.Vordering tot tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
12 [twaalf] maanden.
€ 150,-
,bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 150,-
,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 100,-
,bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 100,-
,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.