ECLI:NL:RBNHO:2024:9185
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen tijdens massagecursus
De rechtbank Noord-Holland heeft op 3 september 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen tijdens een massagecursus in november 2020.
De aangeefster verklaarde dat de verdachte haar tijdens een praktijkles op haar buik liggend, met zijn hand langs haar vagina en binnenzijde van de dijbenen zou hebben aangeraakt, ondanks het dragen van een handdoek die als luier fungeerde. De verdachte ontkende seksuele handelingen en stelde dat hij alleen een oefening had voorgedaan zonder intieme delen te raken.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om vast te stellen dat de verdachte met seksuele bedoeling de genoemde lichaamsdelen heeft betast. De verklaringen van de aangeefster en een medecursist waren niet voldoende om de handelingen als ontuchtig aan te merken binnen de context van een massagecursus.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens verklaarde zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van een bewezenverklaring.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening toegekend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen; benadeelde partij niet-ontvankelijk in schadevordering.