ECLI:NL:RBNHO:2024:9236
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vaste zorgregeling; hoofdverblijfplaats kinderen bij moeder wegens onveilige situatie bij vader
De rechtbank Noord-Holland heeft op 6 september 2024 uitspraak gedaan in een zaak over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen. De ouders zijn het erover eens dat het momenteel niet veilig is voor de kinderen bij de vader, die kampt met verslavings- en psychische problematiek en geen vaste woonruimte heeft. De moeder verzocht om opschorting van de zorgregeling en vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar.
Tijdens de zitting gaf de vader aan dat hij een burn-out heeft en erkende dat het nu niet veilig is voor de kinderen bij hem. De kinderen verblijven sinds juni 2024 niet meer bij de vader. De minderjarige zoon uitte zijn wens om bij beide ouders te wonen, mits de vader overdag wakker en beschikbaar is.
De Raad voor de Kinderbescherming bevestigde dat beide ouders zorgen hebben over de situatie bij de vader, maar in beginsel omgang willen behouden. De rechtbank concludeerde dat er geen vaste zorgregeling is om op te schorten, omdat de ouders de omgang in onderling overleg bepalen. Daarom werd bepaald dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft en dat de kinderen bij de vader verblijven op tijdstippen die de ouders veilig achten en in onderling overleg overeenkomen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de moeder vastgesteld en er geldt geen vaste zorgregeling vanwege onveiligheid bij de vader.