Eisers zijn eigenaar van een perceel met een achtererf dat via een pad over het perceel van gedaagden bereikbaar is. Gedaagden hebben het hek aan het begin van het pad met een kettingslot afgesloten. Eisers vorderen in de hoofdzaak een verklaring voor recht dat zij een erfdienstbaarheid of buurwegrecht hebben om het pad te gebruiken en vorderen in een incident een voorlopige voorziening om toegang tot het pad te verkrijgen.
Gedaagden betwisten het bestaan van een dergelijk recht en stellen dat het hek vanwege een verbouwing en opslag van bouwmaterialen afgesloten moet blijven. De rechtbank stelt vast dat er geen notariële erfdienstbaarheid is en dat het geschil over het recht van gebruik in de hoofdzaak zal worden beslist. Het belang van eisers bij de voorlopige voorziening is niet zodanig dat gedaagden het gebruik nu moet dulden, mede omdat gedaagden incidenteel gebruik in noodgevallen toestaat.
De rechtbank wijst de voorlopige voorziening af en veroordeelt eisers in de kosten van het incident. De zaak wordt op 9 oktober 2024 voortgezet voor de conclusie van antwoord in de hoofdzaak.