Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Strafmotivering
7.Beslag
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Vordering tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
een gevangenisstraf van 30 maanden.
[benadeelde 1]geleden schade voor een bedrag van
€ 1.000,-, betreffende immateriële schadevergoeding, en veroordeelt de verdachte tot betaling hiervan, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan deze benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 2]geleden schade voor een bedrag van
€ 1.000,-, betreffende immateriële schadevergoeding, en veroordeelt de verdachte tot betaling hiervan, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan deze benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 3]geleden schade voor een bedrag van
€ 3.000,-, betreffende immateriële schadevergoeding, en veroordeelt de verdachte tot betaling hiervan, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan deze benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van [benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
20 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van [benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
20 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van [benadeelde 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
40 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
met twee jaren.