Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 4.247,92).
Rechtbank Noord-Holland
Tussen de ex-partners bestond tijdens hun huwelijk een gemeenschap van goederen en was een krediet afgesloten voor sportschoolapparatuur. Na de echtscheiding ontstond betalingsachterstand en betaalde de eiser het openstaande kredietbedrag aan de schuldeiser Hoist.
De eiser vorderde van de gedaagde terugbetaling van dit bedrag en de kosten van een procedure om een BKR-registratie te verwijderen. De kantonrechter oordeelde dat er een mondelinge afspraak bestond dat de gedaagde het door de eiser betaalde kredietbedrag zou terugbetalen, maar dat dit niet gold voor de proceskosten.
De gedaagde betwistte de hoogte van het openstaande bedrag, maar kon dit niet aannemelijk maken. De kantonrechter wees de vordering tot vergoeding van het betaalde kredietbedrag toe, inclusief wettelijke rente vanaf dagvaarding, en wees de vordering voor de proceskosten af. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €4.247,92 met rente, overige vorderingen worden afgewezen.