Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- het onverhoeds (op de mond) zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het onverhoeds met zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) aanraken/betasten van de anus en/of billen van die [slachtoffer].
Rechtbank Noord-Holland
Op 14 augustus 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland verdachte vrijgesproken van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gepleegd op of omstreeks 6 november 2023 te Castricum. De tenlastelegging betrof het onverhoeds zoenen en aanraken van de anus en billen van het slachtoffer tijdens een date. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de schuld van verdachte wettig en overtuigend vast te stellen.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beide vrijspraak. De rechtbank overwoog dat de aangifte van het slachtoffer op zichzelf onvoldoende steunbewijs vond in het dossier. De getuigenverklaring van een vriendin van het slachtoffer was gebaseerd op doorvertelde informatie en bood geen zelfstandig bewijs. Ook de chatberichten tussen verdachte en slachtoffer leverden geen bewijs op voor de tenlastegelegde feiten.
Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs kon de rechtbank het ten laste gelegde feit niet bewezen verklaren. De benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot immateriële schadevergoeding van €1.500,-. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van feitelijke aanranding; benadeelde partij niet-ontvankelijk in schadevordering.