In deze strafzaak heeft de raadsman van de bezwaarde verzocht om een schouw in de woning van de aangeefster om de betrouwbaarheid van haar verklaring te toetsen. De rechter-commissaris wees dit verzoek af omdat de onderzoekshandeling naar haar oordeel onvoldoende belang had voor de te nemen beslissing in de zaak.
De bezwaarde maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat een schouw een beter ruimtelijk inzicht zou geven dan de reeds overgelegde video, en daarmee van belang zou zijn om de gebeurtenissen van 18 februari 2022 te beoordelen.
De officier van justitie voerde aan dat de video voldoende beeld geeft en dat een schouw niet van belang is voor de zaak. De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris de juiste maatstaf toepaste en dat een schouw ruim drie jaar na de gebeurtenis onvoldoende relevantie heeft voor de beslissing. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.