ECLI:NL:RBNHO:2025:10183

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
3 september 2025
Zaaknummer
11133860 \ CV EXPL 24-3549
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 53 EEX-Verordening 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatiepassagier wegens annulering vlucht door capaciteitsbeperking Schiphol

De passagier vorderde compensatie van de vervoerder EasyJet voor de annulering van vlucht U22710 van Milaan naar Amsterdam-Schiphol op 5 oktober 2022. De passagier stelde dat de vlucht onderdeel was van een gecombineerde boeking en baseerde zijn vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder voerde aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsreductie op Schiphol, waardoor luchtvaartmaatschappijen werden geïnstrueerd om vluchten te annuleren. De passagier betwistte dat de annulering verplicht was en stelde dat het een eigen keuze van de vervoerder was.

De kantonrechter oordeelde dat de passagier voldoende had onderbouwd dat het om een gecombineerde boeking ging en dat de capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid vormde. De vervoerder had alle redelijke maatregelen getroffen, waaronder het aanbieden van terugbetaling of omboeking. De vordering van de passagier werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van de passagier tot compensatie wegens annulering vlucht wordt afgewezen wegens buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11133860 \ CV EXPL 24-3549
Uitspraakdatum: 3 september 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te London Luton Airport, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsreductie op Amsterdam-Schiphol Airport. Het verweer van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Daarom wordt de vordering van de passagier afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 5 oktober 2022 vervoeren naar Amsterdam-Schiphol Airport.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht U22710 dan wel EZY2170 van Milaan, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport (hierna: de vlucht) geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vlucht in kwestie onderdeel was van een vluchtcombinatie Brindisi – Milaan – Amsterdam en dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-. [1]
3.3.
Daarnaast verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven. [2]
3.4.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De passagier stelt dat hij met de vervoerder is overeengekomen dat deze hem zou vervoeren van Brindisi, Italië, via Milaan, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met een combinatie van vlucht U22824 en de vlucht in kwestie. De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat de passagier twee afzonderlijke tickets voor vlucht U22824 en de vlucht in kwestie heeft geboekt. Er was daarom geen sprake van een vluchtcombinatie.
4.3.
De passagier heeft daar tegenin gebracht dat hij één boekingsbevestiging heeft gekregen, waarop beide vluchten staan. Ook is de boeking gemaakt onder één nummer. Daaruit blijkt dat hij de tickets voor de vluchten in een keer heeft gekocht. Hij verwijst hierbij naar de bij de dagvaarding overgelegde boekingsbevestiging.
4.4.
In geschil is of de vlucht in kwestie moet worden gezien als een onderdeel van de rechtstreeks aansluitende vluchten Brindisi – Milaan – Amsterdam of als een afzonderlijke vlucht. Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van rechtstreeks aansluitende vluchten die een geheel vormen als twee of meer vluchten in het kader van een enkele boeking zijn gekocht. [3] Een boeking is het feit dat de passagier een ticket heeft of een ander bewijs dat de boeking is aanvaard en geregistreerd. [4]
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier met de door hem overgelegde boekingsbevestiging en zijn toelichting daarop voldoende onderbouwd dat hij de tickets voor de vluchten in een boeking heeft gekocht. De vervoerder heeft dit in dupliek ook niet nader betwist. Dit betekent dat de vlucht in kwestie gezien moet worden als een onderdeel van de rechtstreeks aansluitende vluchten Brindisi – Milaan – Amsterdam.
4.6.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [5] Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [6]
4.7.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Volgens hem moest de vlucht geannuleerd worden vanwege een capaciteitsbeperking op Schiphol. De luchthaven was onvoldoende in staat om het aantal passagiers te verwerken. Daarom werden luchtvaartmaatschappijen door de luchthaven geïnstrueerd om het aantal vluchten te verminderen. Ter onderbouwing verwijst hij naar interne berichten en e-mails van de ‘slot coördinator’ van Schiphol.
4.8.
De passagier betwist dit. Hij erkent dat er een capaciteitsbeperking op Schiphol gold ten tijde van de geplande uitvoering van de vlucht, maar hij voert aan dat de luchtverkeersleiding de vervoerder niet specifiek geïnstrueerd heeft om de vlucht in kwestie te annuleren. Dit was daarmee een eigen keuze van de vervoerder, aldus de passagier.
4.9.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Een capaciteitsbeperking kan een buitengewone omstandigheid vormen als de vervoerder aantoont dat hij vanwege de duur en de mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Als onbetwist staat vast dat de vervoerder vanwege de instructies van de luchthaven verplicht was om een aantal vluchten te annuleren op de dag van de vlucht. De vervoerder heeft toegelicht dat alleen de frequent uitgevoerde routes en Schengenroutes heeft geannuleerd om zo te voorkomen dat passagiers gestrand raakten. Naar het oordeel van de kantonrechter is een dergelijke capaciteitsbeperking een omstandigheid die niet inherent is aan de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. De enkele omstandigheid dat de vervoerder ook had kunnen kiezen om een andere vlucht te annuleren, maakt dit niet anders. Vast staat immers dat de vervoerder verplicht was om een aantal vluchten te annuleren. Een luchtvaartmaatschappij moet daarbij de mogelijkheid hebben om een zelfstandige afweging te maken. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.10.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat hij de annulering ook met het treffen van redelijke maatregelen niet kon voorkomen omdat deze het gevolg was van de beslissingen van de luchtverkeersleiding en hij daar geen invloed op heeft. Daarbij heeft hij de passagier de keuze gegeven tussen terugbetaling of omboeking.
4.11.
Het betoog van de vervoerder slaagt. De tegenwerping van de passagier dat hij aanvankelijk een alternatief aangeboden kreeg met een onmogelijke overstap en hij pas een redelijk alternatief kreeg nadat hij zelf contact had opgenomen met de vervoerder, maakt dit niet anders. Vast staat immers dat de passagier na dit contact wel een passend alternatief heeft gekregen. Hij heeft niet toegelicht waarom deze tweede vlucht desondanks geen redelijk alternatief was. Omdat de passagier voor het overige niets heeft aangevoerd, oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Dit betekent dat de vordering wordt afgewezen.
4.12.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Zoals bedoeld in artikel 53 van Pro de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening).
3.HvJEU 31 mei 2018, C-537,17, ECLI:EU:C:2018:361.
4.HvJEU 6 oktober 2022, C-436/21, ECLI:EU:C:2022:762.
5.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
6.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.