In deze zaak heeft een passagier compensatie verzocht van de vervoerder, EasyJet Europe Airline GmbH, vanwege de annulering van vlucht EC7838 van Edinburgh naar Amsterdam op 28 juni 2023. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten, waardoor de vlucht het nachtregime van Schiphol zou schenden. De kantonrechter oordeelde echter dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd in hoeverre de vertraging van eerdere vluchten doorwerkte op de vlucht in kwestie en wat het nachtregime van Schiphol precies inhield. De kantonrechter concludeerde dat de annulering niet kon worden gerechtvaardigd door de door de vervoerder aangevoerde omstandigheden. Het verzoek van de passagier werd grotendeels toegewezen, waarbij de vervoerder werd veroordeeld tot betaling van € 250,00 aan compensatie, vermeerderd met wettelijke rente, en de proceskosten. De kantonrechter wees het verzoek om vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af, omdat de passagier niet had aangetoond dat er kosten waren gemaakt die verder gingen dan een enkele aanmaning. De beslissing werd genomen door kantonrechter M.W. Koenis en is openbaar uitgesproken op 3 september 2025.